DE AXENROOS

De dieren van de axenroos vertellen de kinderen hoe ze op een goede manier met elkaar omgaan. Mama’s en papa’s kunnen hen daarbij helpen.

De tien axen:

  • Zich presenteren (de pauw): persoon en bijzijn aanbieden.
    • Tijdens een kringgesprek vertelt Mieke over haar hobby’s en haar vakantieplannen. David is iemand die gemakkelijk naar anderen toestapt en contacten legt.
  • Opkijken, waarderen (de wasbeer): persoon en bijzijn aannemen.
    • Wannes spreekt met veel lof over zijn opa. Marleen nodigt regelmatig vriendinnetjes thuis uit.
  • Zorgen (de bever): diensten en goederen aanbieden.
    • Op het einde van een les beeldopvoeding helpt Anneleen spontaan bij het opruimen. Toon zou eerder teveel weggeven, de leerkracht moet hem af en toe een beetje remmen.
  • Genieten (de poes): goederen en diensten aannemen of vragen.
    • Petra laat zich graag helpen en knuffelen. Wanneer Pol een geschenkje krijgt, geniet hij er zichtbaar van. Jurgen vraagt spontaan hulp als hij iets niet kan.
  • Leiden (de leeuw): richtlijnen en informatie aanbieden.
    • Nadine is sterk in wiskunde, ze geeft vaak uitleg aan wie een opdracht niet begrijpt. Herman neemt de leiding bij een groepsopdracht. Bert is eerder bazig.
  • Volgen (de kameel): richtlijnen en informatie aannemen of vragen.
    • Carl is een gehoorzame jongen, hij doet zijn best om elke opdracht plichtsgetrouw uit te voeren. Eveline stelt regelmatig vragen tijdens een les wereldoriëntatie.
  • Houden (de uil): bijzijn, persoon, diensten, goederen, richtlijnen en/of informatie houden.
    • Els speelt graag alleen. Jan kan heel goed een geheim bewaren. Tim vertelt niets over zijn familie.
  • Lossen (de schildpad): bijzijn, persoon, diensten, goederen, richtlijnen en/of informatie lossen.
    • Leen laat zich soms pesten. In plaats van zich te verdedigen begint ze te huilen. Kristien haakt af wanneer een lesinhoud haar niet langer boeit.
  • Aanvechten (de havik): bijzijn, persoon, diensten, goederen, richtlijnen en/of informatie aanvechten.
    • Katrien wijst op een fout op het bord. Karel geeft Monica een duw: hij wil ook een plaats in de kring.
  • Weerstaan (steenbok): bijzijn, persoon, goederen, diensten, informatie en/of richtlijnen weerstaan (zich verdedigen).
    • Vicky laat niet toe dat Kristof haar een kus geeft. Anthony weigert een huistaak te maken.

VERBONDENHEID

Opvoeden is niet altijd even gemakkelijk. Kinderen, jongeren: dikwijls hebben wij het moeilijk met hun gedrag. Thuis, op school, op straat, in de jeugdbeweging,… En al even vaak hebben zij het moeilijk met ons, of met zichzelf, met mekaar, met alles rondom hen. Brutaal antwoorden, afsnauwen, roken als het niet mag. Spijbelen, pestgedrag, niet thuiskomen op het afgesproken uur. Of erger nog: zichzelf in de armen kerven, vandalisme, diefstal, drugs en alcohol…Dan weer voelt ons kind zich opperbest en loopt alles op wieltjes.
Tja, die wieltjes. Hoe houden we die op de rails? Hoe helpen we onze kinderen die sporen vinden, de sporen trekken?
Je kunt daar vanuit heel wat invalshoeken naar kijken, op zoek naar redenen, oorzaken, wortels. Je kunt vanuit talrijke benaderingen er iets aan doen. Verbondenheid is één zo’n bril om door te zien, een bijzondere bril voor kinderen en hun ouders, opvoeders, jeugdbegeleiders, leerkrachten. En om dan vanuit die kijk samen te handelen of  te voorkomen.
Verbondenheid als uitgangspunt in de opvoeding werd ontwikkeld door Anouk Depuydt. Zij zocht naar verklaringen voor misdadig gedrag en kwam telkens uit bij ontbrekende verbondenheid: zo zijn er geen banden (‘geen link’) tussen een crimineel en zijn slachtoffer. Die vaststelling breidde ze vervolgens uit, van crimineel gedrag tot élk probleemgedrag en tot opvoeding in het algemeen.
Verbondenheid is een heel brede kijk, op de hele samenhang: op jezelf, van binnen en van buiten; op je klas en iedereen die daar mee in zit; op je boekentas en je fiets; op al je spullen. Op je (t)huis, je gezin, je straat en wie je tegenkomt, op het jeugdhuis of de jeugdvereniging, noem maar op. Op de hele samenleving, de cultuur, de wereld, de natuur, het levensgeheel waar we in opgroeien en gedijen, een leven lang. 
Samengevat: Het gaat om (helpen) opgroeien in verbondenheid met jezelf, de ander, de materie, de samenleving en de natuurlijke omgeving.

Banden van verbondenheid smeden: Vijf levensdomeinen

Als we probleemgedrag willen vermijden moeten we dus aan die verbondenheid werken. Het ontwikkelen of repareren van ontbrekende banden is de sleutel die wij zoeken: banden van verbondenheid smeden met ‘alles in de omgeving’ dat schade zou kunnen oplopen of opgelopen heeft door probleemgedrag.
‘Alles in de omgeving’…: dat klinkt nogal vaag. Een overzichtelijke indeling van ‘de omgeving’ in vijf cirkels maakt het al heel wat concreter.
Verbondenheid houdt in:

  1. Banden met zichzelf
  2. Banden met een ander mens
  3. Banden met voorwerpen, materialen: de materie
  4. Banden met de sociale omgeving: de groep of groepen, de samenleving
  5. Banden met de natuurlijke omgeving en het levensgeheel.

 

Maar tussen die vijf cirkels is er geen strikte afscheiding, integendeel: er moet ook onderling verbondenheid zijn tussen die domeinen. De indeling in vijf cirkels is kunstmatig, in die zin dat alles door elkaar heen loopt en dat er onderlinge invloeden zijn.

Band met zichzelf

Wat wil dit zeggen is: mensen, praat zo veel je kan met de kinderen over hun gevoelens, over wat er in hen omgaat als ze kwaad worden. Dat is zeer belangrijk. Zo zal een jongere, die als kind vaak ontplofte en woedeaanvallen kreeg, zich zijn geduldige leraar herinneren. 
Wij zijn het zelf die onze gevoelens en onze verlangens voelen, die onze gedachten denken. Wij zijn het middelpunt van wat we beleven. Daarom is de band met zichzelf zo belangrijk als we willen werken aan verbondenheid.
Een onmisbare bodem om banden van verbondenheid te kunnen smeden is ‘zich goed in zijn vel voelen’: Het welbevinden van ons kind. Een heel belangrijke factor daarbij is je gevoelens leren kennen en kunnen tonen en uitdrukken. Enkel zo groeit de verbondenheid met jezelf, en ook die met anderen.

Band met de ander

Mensen zijn geen mensen zonder contact met anderen.  Tussen mensen die mekaar ontmoeten is er altijd contact.  Als dat contact goed is, komt er verbinding tot stand; écht luisteren, respect voor elkaar opbrengen, aandacht hebben voor de wensen en behoeften van de ander.  Een kind dat heel veel goed contact ervaart, kan ook zelf in zijn eigen contacten aandacht en respect opbrengen.

Band met de materie

Er schuilt een grote kracht in het stevig verbonden zijn met materie. Materiële dingen leren kennen, gebruiken, waarderen, respecteren, en verantwoordelijkheid voor opnemen.
De zintuigen van onze kinderen zijn te vergelijken met hun venster om naar de wereld te kijken. Door ze met verschillende materialen in intens contact te brengen, voeden we hun zintuigen: geuren, geluiden, smaken, tastindrukken. Een schaap op een foto is niet hetzelfde als een echt schaap strelen, ruiken, voelen, zijn hart horen kloppen. Aaien door de vettige, zachte wol, schapenkaas ruiken en proeven,…Zo leert het kind materie kennen, waarderen, ervan houden en er zorg voor dragen.

Band met de sociale omgeving

Vroeger leefde de mens veel meer in gemeenschap: de clan van de brede familie, de straat, de wijk, het dorp. Iedereen kende elkaar, met alle voor- en nadelen. Nu leven we meer in hokjes: in ons appartement, onze ommuurde tuin, onze tv en computer. Als wij het maar goed hebben.  Er is minder verbondenheid met ‘daarbuiten’. Velen kennen hun buren zelfs nauwelijks. Maar het leven houdt niet op aan de voordeur. Help de kinderen om zich met de straat, de buurt, de maatschappij te verbinden. 
‘Sociale omgeving’ is méér dan de eigen buurt. Het is ook ons dorp of onze stad, ons land, de hele wereld. Het is samen beslissen over onze eigen kleine gezinsbijdrage aan wat er in de bredere wereld omgaat: kopen we producten van de wereldwinkel, doen we dit jaar mee aan de 11.11.11-actie? Zo’n besluit kan uiteraard niet zonder het waarom er even van te bespreken. Wat is de ecologische voetafdruk van ons gezin en willen we die verkleinen? Voedselteams, ecoteams,…

Band met de natuur – het levensgeheel

Wat er met de Aarde gebeurt, gebeurt met de kinderen van de Aarde! U moet uw kinderen leren dat de grond onder hun voeten de as van onze grootvaders is. Leer de eerbied voor de Aarde, vertel uw kinderen dat de            Aarde vervuld is van de levens van onze voorouders: dat de Aarde onze Moeder is. Wat er gebeurt met de Aarde, gebeurt met de kinderen van de Aarde. Als de man op de grond spuwt, spuwt hij op zichzelf.
Deze verbondenheid ziet er anders uit dan de vorige vier. Daar ging het om ik en mezelf, ik en de ander, ik en de materie, ik en de sociale omgeving: telkens twee aparte delen dus. De verbondenheid met het levensgeheel betreft daarentegen ik-als-onderdeel-van-het-grotere-geheel.
Als we aan de verbondenheid van ons kind met de natuur werken, hebben we het over ons kind als stuk van die natuur, dat grote levensgeheel zelf. In feite komen in deze band dus alle vier de vorige verbondenheden samen: hier raken ze elkaar, hier ontmoeten ze elkaar. In deze alles overstijgende cirkel van verbondenheid horen ook religieuze of andere levensbeschouwingen thuis.

In het boek Opvoeden in verbondenheid worden bovenstaande banden verder uitgewerkt en vind je een overzicht van een 15 organisaties die vanuit verbondenheid werken.
Opvoeden in verbondenheid. Auteur; Peter Jochems. Een publicatie van Jeugd en Vrede vzw.      ISBN; 9789 075 640 007